Niet één uitschuiver

De Ardennen deden deugd. ‘Sneeuw was er niet meer’ zei de verhuurder van ons huisje. Iedereen die me kent weet dat ik  een haat-liefde verhouding heb met sneeuw. De eerste sneeuw kan ik omhelzen, koesteren, ja zelfs mij poëtisch helemaal laten gaan. Het is feest bij elke vlok die naar beneden komt. De eerste sneeuw … en mijn geluk als gelukkigste mens ter wereld kan dan niet op. En in de Ardennen was de sneeuw op. Gelukkig maar. De gedachte alleen al aan een uitschuiver bij smeltende de sneeuw maakt me helemaal verward. Ik wil houvast evenveel in mijn hoofd als onder mijn zolen. En daar zit nu namelijk het verschil. De eerste sneeuw is het mooiste wat er is. De onzekerheid bij alles wat geen eerste sneeuw meer is maakt het allemaal zo ingewikkeld. De Ardennen waren dus heerlijk. Kilometers wandelen. Drie dagen na elkaar zonder maar een keer te moeten nadenken aan een uitschuiver. Dat is heerlijk, net als de gloeiende wangen en dat ene glaasje achteraf. 

Advertenties

In de wind gaan liggen

De titel klinkt nogal vreemd maar zondag lag ik onverwacht  met de wind te balanceren. Letterlijk. Een onzichtbaar ruggensteuntje om mij wiegend te vleien in een soort windrelax zorgde daarvoor. Het was heerlijk om in en met de wind te spelen? Nochtans heb ik het hier al eens anders zitten schrijven. Dat is een vreemde en aangename vaststelling. Ik schreef eerder: ‘Ze hebben het voorspeld, de weervoorspellers. Er komt storm, zo’n échte zuidwester… ze zitten er pal op. Het stormt. Het is mijn ding niet. Ik schuil en bedank voor dit soort van weertype. Vandaag zie je me niet, vandaag ben ik nergens te bespeuren. Die hevige windstoten ze dreunen tot diep in mijn lijf. Ik vind met moeite rust.’

Hoe ik zomaar kan veranderen van menig. Hoe ik dat zomaar aanvaardde alsof het een fluitje van een cent was. Geen last of angst. Gisteren was het stevig tot 110 km/u. Ik genoot daarvan. Als de wind maar goed zit stelde ik vast. Met mij is het net hetzelfde ik draai in de goede richting en dat is hoopvol.

Als God en klein pierke

Een champagneweekend in de buurt van Troyes in Frankrijk. Dat hebben we achter de rug. Genieten van de omgeving, van de rondleiding in de champagnekelders, van het landschap, van de mensen daar. Zonnen in een heerlijke relaxzetel met mijn boek (De gele ogen van de krokodillen van Katherine Pancol) in de hand. Ondertussen zijn er… de vier dames ‘vriendinnen‘ al heel de namiddag aan het zonnen. De vriendinnen zijn op weekend zonder man en zonder kinderen. De vier dames zijn in de voormiddag gaan shoppen dat er de stukken afvlogen, en of ze gelijk hadden. Na een halve bladzijde te hebben gelezen betichtte ik mij dat ik de dames aan het afluisteren was. Lezen met één oog op de pagina en met het andere oog pirouettes maken. Precies een verhaal dat afspeelde voor een boek dacht ik. ‘Sofie je kunt toch niet ontkennen dat je schoonpapa een mooie vent is hé’ zei één van de zonnebaadsters, ‘maar uw papa is toch ook een schone vent’ ‘hm ja’ hoorde ik. “Laat ons drinken op de mooie venten” zei de derde met de zonnehoed op haar gezicht. ‘Ja, ik vind dat een goed idee, op onze papa’s en schoonpapa’s. ‘Kom we gaan klinken en rechtstaand liefste dames, komen jullie maar uit je luie zetel’. De vierde dame lag wat te soezen, waarschijnlijk denkend aan haar man of kinderen of aan het bedrag dat ze deze morgen spendeerde bij het wilde shoppen of aan de combinatie van deze drie. Wie zal het zeggen? Ze nam haar glas en stond op. Ze toostten alle vier op de papa’s en schoonpapa’s. In gedachte toostte ik mee. PROOST!!! Ik dacht plots aan mijn boek waar er een passage in voorkomt hoe je personages zoekt voor een boek. Ik had er opeens vier. Ik kon direct beginnen schrijven er zat een heel verhaal in mijn hoofd. De eerste keer dat ik dit mee maak. Zo helder een verhaal voor een boek. De dames waren een godsgeschenk voor mij. Ik voelde me “Klein Pierke”, zonder maar één vraag te stellen en het hele verhaal in mijn hoofd. Even later riep mijn vrouw voor de vierde keer, het was tijd om ons op te frissen en propere kleren aan te trekken voor het aperitief bij het diner. ‘Ik kom eraan’ riep ik iets te luid terug. De vier vriendinnen keken naar me, waarschijnlijk dachten ze dat ik ook een toost zou uitbrengen op de schone papa’s.

Pashokje

Oefff. Het is weer voorbij. Gelukkig maar. Pashokjes, ik heb het niet met ze. Veel te klein en veel te warm. Op nog geen vierkante meter me ontkleden, aankleden, ontkleden en terug aankleden. Een mimespeler in volle voorstelling achter het gordijn, zo voel ik me. Een kanjer van een spot op mij gericht, ik zie niets van de zaal, denk ik dan. Nee deze past niet, een maatje groter graag. Een nieuw stuk passen. Hmm, nu te groot, niet hetzelfde model. ‘Probeer nog ‘ns die vorige’. Ja, het lukt me. Ik vermager zienderogen in zo’n hokje. ‘Wilt u dit model nog ‘ns proberen maar dan in een andere kleur?’ Nee dank je. Ik krijg al een kleurtje. Eén stuk is genoeg, één mimepartij ook. Applaus… en doek valt.

Aprilse grillen

De weerman had het voorspeld “aprilse grillen“. Vanmorgen werd ik dan ook getrakteerd op een stevige hagelbui met regen. Ik stelde me de vraag of de mensen ook aprilse grillen hebben. Het kwam zomaar bij mij op en kon niet direct bedenken dat dat zo bij de mensen bestaat. Hoe meer ik naar een voorbeeld zocht hoe minder ik er van overtuigd was dat de mensen dat hebben, die grillen in april. Tot ik in de vooravond een man voorbij zag passeren met zijn pet achterstevoren aan. Een gewone casual pet, geen cap dus. Ik twijfelde, zouden er dan toch aprilse grillen bestaan bij de mensen?

Lenteschoonmaak

Ik had het vandaag weer. Een opruimdag. Deze keer was het de computer die er moest aan geloven. Het valt me op dat de computer lui is, en dus zeer traag is geworden. Voor geen steek gaat hij nog vooruit. Precies in vakantie, Paasvakantie. Ik geef toe: veel steken ga ik ook  niet vooruit, maar neem toch tenminste het initiatief om het schrijven in de toekomst wat vlotter te laten verlopen. Een computer opstarten en nog rustig kunnen koffiezetten, het is niet iedereen gegeven en zoiets kwam ik ook gewoon. En veel werd er hier niet getikt. Een paar artikelen, dat wel. Schreef  wat in mijn Moleskineboekje, dronk liters koffie, nam wat foto’s die verwondering brachten en daarmee basta. Maar vandaag ben ik begonnen, ben ik aan de slag gegaan. Fragmenteren, defragmenteren, register opschonen en mappen opruimen, om met een schone lei aan het nieuwe schrijfseizoen te beginnen.  De  eerste harde zonnestralen hebben mij uit mijn winterslaap gebrand. Ideaal om op te ruimen, zeg maar een lenteschoonmaak. Morgen volgt de start van  deel 2 en wordt het serieus opruimen.Vanaf morgen rijd ik weer dagelijks op de hometrainer. Ga ik meer bewegen. Start ik opnieuw met de gedachte  ‘Mens sana in corpore sano’,een gezond mens in een gezond lichaam’.  Mijn lenteschoonmaak. Ik kijk er al naar uit.

Verjaardagscadeau

Ik kreeg voor mijn verjaardag een cadeau van Proximus, die van mijn telefoon, tv  en internetprovider. Een stevig pakje met de woorden ‘Gelukkige verjaardag’ erop. Ik verwachtte zo iets niet. Was enerzijds blij en anderzijds wat verward, toen ik er over nadacht wat de inhoud wel kon zijn.  Een usb-stick, een cd, een lampje, een vulpen? Het spookte allemaal vliegensvlug door mijn hoofd. Een mysterie die vlug zou opgelost worden. Ik opende het pakje  en zag een witte, nog op te blazen ballon, aan een kaartje hangen. Hoera! stond erop. Tja, ik ben de zestig voorbij en een nog op te blazen ballon krijgen voor mijn verjaardag dat was écht even schrikken. De bijhorende kaart vermeldde nog: Hieperdepiep… staat wel niet in het Groene Boekje maar het wordt toch maar gebruikt. Dacht nog even dat dit was om even mijn longen te laten piepen, maar stapte al vlug van dat idee  af. Sedert ik al twee jaar niet meer rook zijn mijn longen  tip top. Helaas, het was ook  geen melding dat ze nu alle tv-zenders  in HD  zouden gaan uitzenden. Dat zou pas een cadeau zijn. Gezien alle Franstalige zenders in HD  worden uitgezonden en de Engelse en de  Duitse en de Hollandse niet, zou dit wel een uitstekend cadeau zijn. Niet dus.  Ik heb de ballon opgeblazen en er een touwtje aangeknoopt. Zo een ouderwets touwtje, wit met blauw dooreen geweven. Zo een touwtje waar ze vroeger nog taartendozen mee dichtknoopten om zo de taartendozen draagbaar te maken. Het grappige daarvan is: ik hou het touwtje vast en de ballon hangt naar beneden. De tekst hoera! hangt ondersteboven. Mooi cadeau. Origineel, dat wel. Ik word creatief, zo creatief, dat ik de ballon aan onze grasmachine heb geknoopt. Het gras heb  ik gemaaid, … en mevrouw Proximus mag een briefje verwachten van mij. Het briefje heb ik creatief in gedachten geschreven, tijdens het maaien dan nog wel. Het zit in mijn hoofd net als in die een ballon van Proximus, maar dan voller.

Postkantoor 2

Ik heb iets met postkantoren. Dat schreef ik vroeger al. Iets wat me telkens verrast, en me telkens afvraag, hoe is dat nu mogelijk. Vanmorgen was het niet anders. Na een heerlijke morgen van tijdnemen voor de krant, ontbijten en met veel zen in de badkamer te vertoeven, reed ik een poosje later naar het postkantoor. Ik had een brief te verzenden, maar wist niet hoeveel zegels ik moest kleven. Tien voor negen, een toch niet onnoemlijk vroeg uur in de morgen. Ik  kwam aan, en de eerste deur schoof geruisloos open. Licht was er al, maar niet zo veel. Door de tweede deur zag ik de postbeambte zijn krant lezen. Ik schrok, de tweede deur bleef dicht. Het kantoor was nog niet open. Nu ja, negen uur dacht ik, binnen een paar minuutjes is het negen uur en dan schuift steevast de tweede deur open. Verkeerd gedacht. Klokslag negen uur kwam een vrouwelijke postbeambte aan de deur vertellen dat het kantoor pas om negen uur dertig opengaat. Negen uur dertig? Dat meen je niet, dacht ik. Ik keek rond en er was nergens een uurregeling te zien. Pff, ondertussen stonden zeven mensen achter mij en was het stille wachten omgeslagen in een kakafonie van meningen. Ik hield het voor bekeken en draaide me om en de kakafonie kwam tot stilte. Ik kom later op de dag terug, dacht ik. Iets na half twaalf passeerde ik terug het postkantoor. Spurtte naar de ingang van het postkantoor en de eerste deur schoof geruisloos open. De tweede deur, geloof het of niet… maar de tweede deur was al weer dicht. Een brief verzenden wordt tegenwoordig een hels karwei. Tenzij ik er misschien een pakje van maak en met de pakjesdienst een brief verzend. Het zijn drukke tijden voor de post.be… zo wordt toch verteld.